Halles-Compagnie 111 – Aurélien Bory
Halles-Compagnie 111 – Aurélien Bory
Halles-Compagnie 111 – Aurélien Bory
Halles-Compagnie 111 – Aurélien Bory

Compagnie 111 – Aurélien Bory

PLEXUS

Dans

Pièce pour Kaori Ito

« Met Plexus, een onrechtstreeks portret van Kaori Ito, brengt Aurélien Bory een pareltje van optisch theater. Een prachtige voorstelling waarin hij magie, marionettentheater en film combineert. » - Rosita Boisseau, Le Monde

« Aurélien Bory laat zich sterk inspireren door het circus in deze enscenering van een solo van de Japanse Kaori Ito. Een visueel meesterwerk […] Deze solo voor ervaren harpspeelster is technisch perfect en plastisch onovertroffen: een met zwarte inkt geschreven gedicht. Kaori Ito slaagde erin de marionet die haar deed bewegen te breken. Het model heeft een stapje voor gekregen op de portrettist die zich zonder tegenstribbelen laat doen.» - Libération

Het voor en rond Kaori Ito ontwikkelde Plexus is een pareltje van optisch theater dat de grenzen tussen binnen en buiten doet vervagen. In een valstrik van 5000 nylondraden verovert een vrouw langzamerhand de ruimte om als een zwarte engel te zweven in een luxueuze kooi waaruit ze slechts kan ontsnappen door te verdwijnen.

BIO :

Kaori Ito studeert sinds de leeftijd vijf jaar klassiek ballet bij Meester Takagi Syuntoku in Tokyo. Op haar achttiende wordt ze door Ryouichi Enomoto uitgeroepen tot beste jonge danseres en choreografe.

In 2000 gaat Kaori Ito naar de Verenigde Staten om toegelaten te worden aan het Purchase Col-lege, State University of New York. Terug in Japan, in 2003, behaalt ze een diploma in sociologie en educatie aan de Sint-Paul Universiteit van Tokyo. In datzelfde jaar krijgt ze een beurs en ver-trekt opnieuw naar New York in het kader van het ‘Japanese Government Overseas Program for Artists’. Ze studeert er aan het Alvin Ailey Dance Theatre. Van 2003 tot 2005 danst ze de hoofdrol in IRIS van Philippe Decouflé en vervoegt ze het Ballet Preljocaj (Centre Chorégraphi-que National d’ Aix-en-Provence) van Angelin Preljocaj voor Les 4 saisons. Vervolgens, in 2006, danst ze bij James Thiérrée in Good Bye Umbrella en zet de samenwerking met hem verder voor Raoul en Tabac Rouge.

In 2008 maakt Kaori Ito haar introductie in de filmwereld en wordt assistente van Sidi Larbi Cherkaoui voor zijn film Le bruit des gens autour met Léa Drucker. Als solo-danseres werkt ze op-nieuw met Larbi samen in een opera van Guy Cassiers, House of the Sleeping Beauties. Nog in dat-zelfde jaar gaat haar eigen productie Noctiluque in première in het Théâtre van Vidy-Lausanne. Ze engageert zich eveneens voor de choreografie van Looking for Mister Castang van Édouard Baer.

In 2009 danst Kaori Ito in haar eigen creatie Solos, die ze hercreëert voor de biennale van Lyon in 2012. In 2010 ontstaat Island of no memories tijdens de wedstrijd ‘(Re)connaissance’, die daar ook de eerste prijs wint. De voorstelling wordt geselecteerd voor het project MODUL-DANCE van EDN (European Dancehouse Network), waardoor Kaori Ito de kans krijgt gedurende twee jaar eigen werk te creëren.

In 2011 werkt ze als choreografe en danseres samen met Denis Podalydes in Le Cas Jekyll 2. Daarna zet ze de samenwerking met Podalydes verder als choreografe voor le Bourgeois Gentil-homme van Molière en L’homme qui se hait van Emmanuel Bourdieu. De samenwerking krijgt nog een vervolg met de voorbereiding van Lucrèce Borgia van Victor Hugo voor de Comédie Françai-se. Met Plexus, een solo gecreëerd in 2012 in het Théâtre Vidy-Lausanne, wijdt Aurélien Bory een portret aan Kaori Ito, waarvan Kaori Ito ook de choreografie mee uitschrijft.

Na haar samenwerking met les ballets C de la B als danseres in Out of Context-for Pina (2010) van Alain Platel, werkt Kaori Ito momenteel aan een nieuwe voorstelling voor les ballets C de la B: Asobi.

Avec : Kaori Ito | Conception, scénographie et mise en scène : Aurélien Bory | Chorégraphie : Kaori Ito | Composition musicale : Joan Cambon | Création lumière : Arno Veyrat | Plateau et manipulation : Tristan Baudoin | Sonorisation : Stéphane Ley | Costumes : Sylvie Marcucci | Recherche et adaptation : Taïcir Fadel | Construction décor : Pierre Gosselin | Machinerie : Marc Bizet | Régie générale : Arno Veyrat | Production, administration, diffusion : Florence Meurisse, Christelle Lordonné, Marie Reculon

Production : compagnie 111 – Aurélien Bory. Co-productions : Le Grand T théâtre de Loire-Atlantique Nantes, Théâtre Vidy – Lausanne, Théâtre de la Ville Paris, Le Parvis scène nationale Tarbes-Pyrénées, Les Théâtres de la Ville de Luxembourg, La Coursive scène nationale de La Rochelle, Agora Pôle national des arts du cirque de Boulazac-Aquitaine